New York
May 30, 2023 - Jun 9, 2023
Schiphol
May 31, 2023
Europe/Amsterdam
20°C partly-cloudy-day
20°C partly-cloudy-day
Vertrekdag: woensdag 31 mei, Delta 49, rechtstreeks van Amsterdam naar JFK. Ik boardde om 12:00 uur, en na een vlucht van net geen acht uur stond ik dankzij het tijdsverschil alweer om 13:59 lokale tijd op Amerikaanse bodem — mijn horloge zegt dus dat de vlucht maar twee uur duurde, wat de zes uur tijdsverschil met zich meebrengt. De aanleiding voor de trip was weinig verheven: mijn moeder was in het voorjaar met haar vriendinnen naar New York geweest, en als zij dat kon, kon ik dat ook, dacht ik overmoedig, en boekte.
Bagage was amper een gespreksonderwerp, want die had ik nauwelijks bij me: een kaki rugzak en een blauw-grijze cameratas, meer had een week New York niet van me nodig. Geen rij bij de band, geen hopen dat de koffer wel is meegevlogen — gewoon van de gate rechtstreeks de stad in. Onderdak vond ik bij The Home Hotel Powered by LuxUrban aan 8th Avenue in Hell's Kitchen, geboekt op precies één criterium: locatie, niet luxe. Ik had me al voorbereid op een kaal budgethotelletje, maar dat viel eerlijk gezegd honderd procent mee. Boven het bed bleek iemand zelfs een Apollo Theater-marquee op de muur te hebben geschilderd, en toevallig genoeg stond ik nog diezelfde avond voor de échte deur.
Bagage was amper een gespreksonderwerp, want die had ik nauwelijks bij me: een kaki rugzak en een blauw-grijze cameratas, meer had een week New York niet van me nodig. Geen rij bij de band, geen hopen dat de koffer wel is meegevlogen — gewoon van de gate rechtstreeks de stad in. Onderdak vond ik bij The Home Hotel Powered by LuxUrban aan 8th Avenue in Hell's Kitchen, geboekt op precies één criterium: locatie, niet luxe. Ik had me al voorbereid op een kaal budgethotelletje, maar dat viel eerlijk gezegd honderd procent mee. Boven het bed bleek iemand zelfs een Apollo Theater-marquee op de muur te hebben geschilderd, en toevallig genoeg stond ik nog diezelfde avond voor de échte deur.
Amateur Night at the Apollo
Jun 1, 2023
America/New_York
30°C clear-day
30°C clear-day
Bagage nog half uitgepakt, jetlag nog niet eens serieus begonnen, en toch stond ik nog diezelfde avond in Harlem voor de deur van het Apollo Theater — de échte, niet de geschilderde versie boven mijn bed. De marquee deed op dat moment iets wat ik niet had zien aankomen: in plaats van de gebruikelijke show-aankondiging stond er "REMEMBERING THE QUEEN OF ROCK AND ROLL — TINA TURNER", nog geen week na haar overlijden op 24 mei. Een rare binnenkomer voor een avond die eigenlijk om lachen om amateurs zou moeten draaien.
En dat lachen, dat regelen ze hier grondig. Bij binnenkomst drukken ze je twee peddels in de hand: eentje knalrood met "YASS!!" erop, eentje zwart met "BOO!!", gesponsord door Coca-Cola alsof zelfs het uitjouwen hier een merk nodig heeft. Geen beleefd Nederlands klappen dus, je oordeelt hardop en zwaait met karton — precies zoals hier al sinds de jaren dertig gebeurt. Wie het verprutst, wordt hier al bijna een eeuw niet zomaar weggestuurd: decennialang deed tapdanslegende Sandman Sims, met 25 overwinningen zo dominant dat ze uiteindelijk een regel moesten verzinnen om hem tegen te houden, dat werk met stijl door mislukte acts simpelweg van het podium af te dansen.
Binnen is het al net zo overdadig als je zou hopen: een gang vol kristallen kroonluchters die zich in twee wanden spiegelen, rood pluche overal, en een dj die het publiek opzwiept met een scherm vol live tweets onder de hashtag #AmateurNightApollo. Wat er die avond precies op het toneel gebeurde staat vooral op video vastgelegd — logisch voor een avond die draait om geluid en publiek, niet om stilstaand beeld.
En dat lachen, dat regelen ze hier grondig. Bij binnenkomst drukken ze je twee peddels in de hand: eentje knalrood met "YASS!!" erop, eentje zwart met "BOO!!", gesponsord door Coca-Cola alsof zelfs het uitjouwen hier een merk nodig heeft. Geen beleefd Nederlands klappen dus, je oordeelt hardop en zwaait met karton — precies zoals hier al sinds de jaren dertig gebeurt. Wie het verprutst, wordt hier al bijna een eeuw niet zomaar weggestuurd: decennialang deed tapdanslegende Sandman Sims, met 25 overwinningen zo dominant dat ze uiteindelijk een regel moesten verzinnen om hem tegen te houden, dat werk met stijl door mislukte acts simpelweg van het podium af te dansen.
Binnen is het al net zo overdadig als je zou hopen: een gang vol kristallen kroonluchters die zich in twee wanden spiegelen, rood pluche overal, en een dj die het publiek opzwiept met een scherm vol live tweets onder de hashtag #AmateurNightApollo. Wat er die avond precies op het toneel gebeurde staat vooral op video vastgelegd — logisch voor een avond die draait om geluid en publiek, niet om stilstaand beeld.
Who Ya Gonna Call? Ghostbusters
Jun 1, 2023
America/New_York
28°C rain
28°C rain
De weerapp had voor vandaag hardnekkig regen beloofd, maar de hemel trok zich daar niets van aan: strak blauw boven Midtown toen ik op weg ging.
Onderweg eerst een ontbijtje scoren bij Ess-a-Bagel, een bacon-eggs-and-cheese op een sesambagel, ingepakt in bruin bagelpapier en ter plekke opgegeten — precies het soort ontbijt waarvoor je geen bestek nodig hebt en achteraf je vingers aflikt.
Vlak bij de Waldorf Astoria op East 50th Street, die op dat moment zelf half schuilgaat achter steigers voor een verbouwing, met een glimp van de sierlijke koepel van de kerk ernaast en een foodtruck van Uncle Gussy's die geduldig op de lunchdrukte staat te wachten.
Van Midtown helemaal naar beneden richting Tribeca, naar Hook & Ladder 8 — de brandweerkazerne die in 1984 wereldberoemd werd als hoofdkwartier van de Ghostbusters. Het is geen decorstuk of museum: dit is een actieve FDNY-kazerne, met een vlag die op halfstok hangt en rode garagedeuren die er nog exact zo uitzien als in de film.
Boven de deuren, tussen de bakstenen, hangt gewoon het bekende no-ghost-logo in het raam te bungelen, en onder de tekst "8 HOOK & LADDER 8" staat helemaal niemand die het opmerkelijk vindt dat er af en toe een toerist een selfie staat te maken met zijn neus omhoog — inclusief ondergetekende.
Onderweg eerst een ontbijtje scoren bij Ess-a-Bagel, een bacon-eggs-and-cheese op een sesambagel, ingepakt in bruin bagelpapier en ter plekke opgegeten — precies het soort ontbijt waarvoor je geen bestek nodig hebt en achteraf je vingers aflikt.
Vlak bij de Waldorf Astoria op East 50th Street, die op dat moment zelf half schuilgaat achter steigers voor een verbouwing, met een glimp van de sierlijke koepel van de kerk ernaast en een foodtruck van Uncle Gussy's die geduldig op de lunchdrukte staat te wachten.
Van Midtown helemaal naar beneden richting Tribeca, naar Hook & Ladder 8 — de brandweerkazerne die in 1984 wereldberoemd werd als hoofdkwartier van de Ghostbusters. Het is geen decorstuk of museum: dit is een actieve FDNY-kazerne, met een vlag die op halfstok hangt en rode garagedeuren die er nog exact zo uitzien als in de film.
Boven de deuren, tussen de bakstenen, hangt gewoon het bekende no-ghost-logo in het raam te bungelen, en onder de tekst "8 HOOK & LADDER 8" staat helemaal niemand die het opmerkelijk vindt dat er af en toe een toerist een selfie staat te maken met zijn neus omhoog — inclusief ondergetekende.
Just Do It | Staten Island
Jun 1, 2023
America/New_York
29°C rain
29°C rain
Lifehack van de dag: de Staten Island Ferry. Volledig gratis, en toch vaar je er zo langs het Vrijheidsbeeld — precies het uitzicht waar andere toeristen een dure rondvaart voor boeken.
Aan de overkant, op Staten Island zelf, stond een Nike Factory Store op de planning. Mijn oude New Balance-sneakers hadden hun beste tijd namelijk allang gehad: de zool liet los, de neus gaapte open, en op de foto zien ze eruit alsof ze zelf net een halve marathon achter de rug hebben. Een nieuw paar dus, meteen aan de voeten, terwijl de oude New Balance linea recta de prullenbak in ging. Kans op blaren? Daar dachten we niet aan.
Terug met de ferry naar Manhattan gleed de skyline van Lower Manhattan langzaam dichterbij, met de spiegelende naald van One World Trade Center er scherp bovenuit — een mooie gratis afsluiter van een tochtje dat me geen cent kostte, op één paar schoenen na.
Aan de overkant, op Staten Island zelf, stond een Nike Factory Store op de planning. Mijn oude New Balance-sneakers hadden hun beste tijd namelijk allang gehad: de zool liet los, de neus gaapte open, en op de foto zien ze eruit alsof ze zelf net een halve marathon achter de rug hebben. Een nieuw paar dus, meteen aan de voeten, terwijl de oude New Balance linea recta de prullenbak in ging. Kans op blaren? Daar dachten we niet aan.
Terug met de ferry naar Manhattan gleed de skyline van Lower Manhattan langzaam dichterbij, met de spiegelende naald van One World Trade Center er scherp bovenuit — een mooie gratis afsluiter van een tochtje dat me geen cent kostte, op één paar schoenen na.
Dumbo
Jun 1, 2023
America/New_York
28°C rain
28°C rain
Van Staten Island terug naar Manhattan en meteen de metro in, onder de East River door naar Brooklyn en Dumbo. Down Under the Manhattan Bridge Overpass, voluit, al klinkt dat een stuk minder catchy dan de associatie die iedereen toch als eerste maakt — nee, geen vliegende olifant met flaporen te bekennen, alleen een brug met net zulke imposante afmetingen.
Bij Brooklyn Bridge Park draait Jane's Carousel er nog altijd rond onder zijn glazen kap, met de Manhattan Bridge op de achtergrond als decor. Vanaf de pier bij de vintage carrousel panoramische uitzichten alle kanten op: de skyline van Lower Manhattan aan de ene kant, de Manhattan Bridge in volle glorie aan de andere.
Tussendoor een bakje bij de Dumbo Market — zongedroogde tomaatjes, olijven en een klodder van iets romigs, ik weet het zelf ook niet meer precies, maar het verdween wel — met een Natalie's limonade en een chocolademelk van Ronnybrook erbij, op een tafeltje met uitzicht op een ploeg wegwerkers die de kasseien verderop aan het herstraten waren. Fijn om daar even niets te hoeven doen, terwijl een ander in de zon staat te zwoegen.
Onder de negentiende-eeuwse pakhuizen door, met hun rode luifels en booggewelfde ramen, naar het groene bordje "Brooklyn Br Promenade" dat alvast de weg wijst naar de volgende stop. En dan, ineens, torent de Brooklyn Bridge zelf op boven een kruispunt — niet meer op een foto, maar levensgroot boven het asfalt.
Bij Brooklyn Bridge Park draait Jane's Carousel er nog altijd rond onder zijn glazen kap, met de Manhattan Bridge op de achtergrond als decor. Vanaf de pier bij de vintage carrousel panoramische uitzichten alle kanten op: de skyline van Lower Manhattan aan de ene kant, de Manhattan Bridge in volle glorie aan de andere.
Tussendoor een bakje bij de Dumbo Market — zongedroogde tomaatjes, olijven en een klodder van iets romigs, ik weet het zelf ook niet meer precies, maar het verdween wel — met een Natalie's limonade en een chocolademelk van Ronnybrook erbij, op een tafeltje met uitzicht op een ploeg wegwerkers die de kasseien verderop aan het herstraten waren. Fijn om daar even niets te hoeven doen, terwijl een ander in de zon staat te zwoegen.
Onder de negentiende-eeuwse pakhuizen door, met hun rode luifels en booggewelfde ramen, naar het groene bordje "Brooklyn Br Promenade" dat alvast de weg wijst naar de volgende stop. En dan, ineens, torent de Brooklyn Bridge zelf op boven een kruispunt — niet meer op een foto, maar levensgroot boven het asfalt.
Brooklyn Bridge
Jun 1, 2023
America/New_York
28°C rain
28°C rain
Van de Promenade in Dumbo de trap op naar het voetpad, hoog boven het verkeer dat onderin over de FDR Drive raast. Het pad is smal en dringend vol — fietsers, hardlopers en groepjes toeristen die allemaal precies op hetzelfde moment stilstaan voor dezelfde foto — maar de skyline die geleidelijk dichterbij schuift, met One World Trade Center er scherp middenin, maakt elke opstopping de moeite waard.
Onderweg voert het pad recht onder de twee stenen torens door, met hun gotische bogen en een wirwar van kabels die alle kanten op spannen. Wat je er niet aan afziet: de architect, John Roebling, overleed al aan bloedvergiftiging vóór de bouw goed en wel begonnen was, na een ongeluk bij het opmeten van de locatie. Zijn zoon Washington nam het over, raakte zelf ernstig verlamd door de duikersziekte na te lang werken in de onderwater-caissons, en heeft de rest van de bouw vanuit zijn slaapkamerraam met een telescoop gevolgd — terwijl zijn vrouw Emily Warren Roebling dagelijks de instructies doorgaf aan de aannemers op de bouwplaats. Zonder haar was deze brug er waarschijnlijk niet zo gekomen.
Zes dagen na de opening in 1883 ontstond op de brug een paniek onder het wandelende publiek — geen olifant in zicht, gewoon mensen die dachten dat de boel instortte — die uitliep op een dodelijke stampede. Om het wantrouwen dat daarna ontstond de kop in te drukken, liet circusbaas P.T. Barnum een jaar later eenentwintig olifanten over de brug lopen, aangevoerd door zijn beroemde attractie Jumbo — de reuzenolifant waar het woord "jumbo" zijn naam aan dankt. Vandaag geen enkele slurf te bekennen, wel de Manhattan Municipal Building en de Woolworth Building die aan de overkant al boven de skyline uit torenen.
Onderweg voert het pad recht onder de twee stenen torens door, met hun gotische bogen en een wirwar van kabels die alle kanten op spannen. Wat je er niet aan afziet: de architect, John Roebling, overleed al aan bloedvergiftiging vóór de bouw goed en wel begonnen was, na een ongeluk bij het opmeten van de locatie. Zijn zoon Washington nam het over, raakte zelf ernstig verlamd door de duikersziekte na te lang werken in de onderwater-caissons, en heeft de rest van de bouw vanuit zijn slaapkamerraam met een telescoop gevolgd — terwijl zijn vrouw Emily Warren Roebling dagelijks de instructies doorgaf aan de aannemers op de bouwplaats. Zonder haar was deze brug er waarschijnlijk niet zo gekomen.
Zes dagen na de opening in 1883 ontstond op de brug een paniek onder het wandelende publiek — geen olifant in zicht, gewoon mensen die dachten dat de boel instortte — die uitliep op een dodelijke stampede. Om het wantrouwen dat daarna ontstond de kop in te drukken, liet circusbaas P.T. Barnum een jaar later eenentwintig olifanten over de brug lopen, aangevoerd door zijn beroemde attractie Jumbo — de reuzenolifant waar het woord "jumbo" zijn naam aan dankt. Vandaag geen enkele slurf te bekennen, wel de Manhattan Municipal Building en de Woolworth Building die aan de overkant al boven de skyline uit torenen.
World Trade Center
Jun 1, 2023
America/New_York
28°C rain
28°C rain
Laatste stop van de dag: het World Trade Center-terrein. De Oculus is architectonisch een spektakel — een witte ribbenkast van Calatrava, met een streep daglicht die via de glazen nok recht naar beneden valt — maar de plek eronder is voor mij nooit alleen een gebouw. Dit is de grond waar bijna drieduizend mensen zijn gestorven, en dat besef weegt zwaarder dan elke architectuurprijs die dit gebouw ooit heeft gewonnen.
Wie mij een beetje kent, weet dat ik het officiële Amerikaanse verhaal over wat hier op 11 september 2001 precies is gebeurd, nooit helemaal heb kunnen geloven. Ik ga daar op deze plek niet verder induiken — dat is een gesprek voor een andere keer — maar staand op deze exacte grond voelt die twijfel toch anders dan wanneer je er thuis op de bank over leest.
Buiten op het plein stond, sinds nog geen week, een bronzen sculptuur met bedreigde diersoorten op een tandem — onderdeel van "A Wild Life for Wildlife", geopend op 24 mei. Een vreemd contrast zo dicht bij deze plek, maar misschien ook wel precies waar deze stad goed in is: leven, aandacht vragen voor de toekomst, vlak naast een litteken uit het verleden.
Nog een laatste blik omhoog naar de spiegelende naald van One World Trade Center, en dan is de eerste dag in New York voorbij — met meer om over na te denken dan ik had verwacht.
Wie mij een beetje kent, weet dat ik het officiële Amerikaanse verhaal over wat hier op 11 september 2001 precies is gebeurd, nooit helemaal heb kunnen geloven. Ik ga daar op deze plek niet verder induiken — dat is een gesprek voor een andere keer — maar staand op deze exacte grond voelt die twijfel toch anders dan wanneer je er thuis op de bank over leest.
Buiten op het plein stond, sinds nog geen week, een bronzen sculptuur met bedreigde diersoorten op een tandem — onderdeel van "A Wild Life for Wildlife", geopend op 24 mei. Een vreemd contrast zo dicht bij deze plek, maar misschien ook wel precies waar deze stad goed in is: leven, aandacht vragen voor de toekomst, vlak naast een litteken uit het verleden.
Nog een laatste blik omhoog naar de spiegelende naald van One World Trade Center, en dan is de eerste dag in New York voorbij — met meer om over na te denken dan ik had verwacht.
I Feel the Need... the Need for Speed
Jun 2, 2023
America/New_York
31°C rain
31°C rain
Ergens midden jaren tachtig nam mijn peetvader zijn eigen videorecorder mee naar ons huis, sloot hem met een paar kabels aan op de recorder die we zelf al hadden, en zo kopieerden we samen wat films van de videotheek. Karate Kid en Top Gun gingen er wekelijks meerdere keren in — tot de band bijna doorzichtig was op de spannendste stukken. Decennia later stap ik zomaar het echte decor op: de USS Intrepid, een uitgediend vliegdekschip aan de Hudson, tegenwoordig volgeplempt met precies het soort vliegtuigen dat ik als kind eindeloos op tv bekeek.
Op het dek staat het complete arsenaal: een piepklein rood-wit lesvliegtuigje naast een loodzware AV-8 Harrier, een Blue Angels-jet in marineblauw met sierlijke gouden letters op de romp, en een zwarte Grumman-straaljager met een rood bliksemschicht-logo op de neus. Boven de commandotoren staat in koeienletters "BEWARE OF JET" geschilderd, wat me — gezien de afmetingen van het spul hier — een nogal overbodige waarschuwing lijkt. Ernaast wijzen twee zware luchtafweerkanonnen nog altijd omhoog, klaar voor een gevecht dat al decennia niet meer komt.
Aan de kade ernaast ligt bovendien een echte onderzeeër, de USS Growler — de enige Amerikaanse kruisraketonderzeeër die nog publiek toegankelijk is, gebouwd tijdens de Koude Oorlog. Vanbinnen is het er verrassend krap, gangen en hutten waar je je amper kunt omdraaien — een schril contrast met de enorme, wijd open hangardeck van de Intrepid zelf, waar diezelfde vliegtuigen met gemak stonden opgeborgen voordat ze omhoog gingen naar het dek.
Verderop op de pier staat, bijna nonchalant, ook nog een gitzwart supersoon toestel geparkeerd. Zelf hield ik het meteen op een SR-71 Blackbird — bleek een A-12 te zijn, de directe voorloper ervan en gebouwd voor de CIA in plaats van de luchtmacht. Het museum is deze verwarring inmiddels zo zat dat ze er letterlijk een eigen PSA over hebben gemaakt: ze hébben geen Blackbird, ze hebben een A-12, punt. Vlak ernaast, alsof snelheid hier gewoon de huisstijl is, staat een Concorde geparkeerd — ik heb er een tijdje pal onder gestaan, met die snavelneus recht boven mijn hoofd.
In een aparte, donkere hal troont de Space Shuttle Enterprise, groot genoeg om zelfs de rumoerigste schoolklassen stil te krijgen. Zou eigenlijk Constitution heten, tot een massale schrijfactie van Star Trek-fans president Ford ompraatte — de cast van de serie stond er in 1976 zelfs bij toen hij werd onthuld. Het schaamteloze addertje onder het gras: dit exemplaar heeft nooit in de ruimte gevlogen. Geen motoren, geen hitteschild, puur gebouwd om landingen mee te testen in de dampkring.
Binnenin nog een rij oude briefingstoelen — de iconische Emeco 1006 Navy-stoel, in 1944 speciaal ontworpen voor onderzeeërs omdat hij tegen zoute zeelucht én een torpedo-inslag moest kunnen. Ondertussen een design klassieker: er staat al sinds 2020 een nieuw exemplaar in mijn eigen woonkamer. Wat hij gekost heeft, vertel ik hier niet, want mijn moeder leest mee. Ergens tussen dat alles ook nog twee scheepsschroeven zo groot als molenwieken, voor wie na alle straaljagers nog niet onder de indruk was. Ik ben ondertussen weer elf, sta stiekem "Danger Zone" te neuriën, en heb geen seconde spijt van al die keren dat die videoband is doorgespoeld.
Op het dek staat het complete arsenaal: een piepklein rood-wit lesvliegtuigje naast een loodzware AV-8 Harrier, een Blue Angels-jet in marineblauw met sierlijke gouden letters op de romp, en een zwarte Grumman-straaljager met een rood bliksemschicht-logo op de neus. Boven de commandotoren staat in koeienletters "BEWARE OF JET" geschilderd, wat me — gezien de afmetingen van het spul hier — een nogal overbodige waarschuwing lijkt. Ernaast wijzen twee zware luchtafweerkanonnen nog altijd omhoog, klaar voor een gevecht dat al decennia niet meer komt.
Aan de kade ernaast ligt bovendien een echte onderzeeër, de USS Growler — de enige Amerikaanse kruisraketonderzeeër die nog publiek toegankelijk is, gebouwd tijdens de Koude Oorlog. Vanbinnen is het er verrassend krap, gangen en hutten waar je je amper kunt omdraaien — een schril contrast met de enorme, wijd open hangardeck van de Intrepid zelf, waar diezelfde vliegtuigen met gemak stonden opgeborgen voordat ze omhoog gingen naar het dek.
Verderop op de pier staat, bijna nonchalant, ook nog een gitzwart supersoon toestel geparkeerd. Zelf hield ik het meteen op een SR-71 Blackbird — bleek een A-12 te zijn, de directe voorloper ervan en gebouwd voor de CIA in plaats van de luchtmacht. Het museum is deze verwarring inmiddels zo zat dat ze er letterlijk een eigen PSA over hebben gemaakt: ze hébben geen Blackbird, ze hebben een A-12, punt. Vlak ernaast, alsof snelheid hier gewoon de huisstijl is, staat een Concorde geparkeerd — ik heb er een tijdje pal onder gestaan, met die snavelneus recht boven mijn hoofd.
In een aparte, donkere hal troont de Space Shuttle Enterprise, groot genoeg om zelfs de rumoerigste schoolklassen stil te krijgen. Zou eigenlijk Constitution heten, tot een massale schrijfactie van Star Trek-fans president Ford ompraatte — de cast van de serie stond er in 1976 zelfs bij toen hij werd onthuld. Het schaamteloze addertje onder het gras: dit exemplaar heeft nooit in de ruimte gevlogen. Geen motoren, geen hitteschild, puur gebouwd om landingen mee te testen in de dampkring.
Binnenin nog een rij oude briefingstoelen — de iconische Emeco 1006 Navy-stoel, in 1944 speciaal ontworpen voor onderzeeërs omdat hij tegen zoute zeelucht én een torpedo-inslag moest kunnen. Ondertussen een design klassieker: er staat al sinds 2020 een nieuw exemplaar in mijn eigen woonkamer. Wat hij gekost heeft, vertel ik hier niet, want mijn moeder leest mee. Ergens tussen dat alles ook nog twee scheepsschroeven zo groot als molenwieken, voor wie na alle straaljagers nog niet onder de indruk was. Ik ben ondertussen weer elf, sta stiekem "Danger Zone" te neuriën, en heb geen seconde spijt van al die keren dat die videoband is doorgespoeld.
Central Park New York
Jun 2, 2023
America/New_York
31°C rain
31°C rain
Na het vliegdekschip vol straaljagers een compleet ander decor: Central Park, waar zelfs de ingang je begroet met een banier van de Central Park Conservancy en een QR-code voor een "customized itinerary" — het park herleidt zichzelf even tot een corporate onboardingstraject voordat je een boom hebt gezien.
Via de trappen naar Bethesda Terrace, waar het bronzen engelbeeld van de Bethesda Fountain al sinds 1873 water over vier kleinere figuren laat druppelen, en waar duidelijk permanent iets gefilmd wordt. Kevin McCallister rent hier ergens met de Wet Bandits op zijn hielen, Harvey Specter jaagt zijn ochtendrondje na terwijl hij binnensmonds tegen een denkbeeldige tegenpartij pleit, John Wick en Winston bespreken op een bankje rustig zaken die beter niet luid uitgesproken worden, en ergens boven de boomtoppen zwaait Thor voor de laatste keer naar de rest van de Avengers voor hij richting Asgard vertrekt. Bij de fontein zelf staan de zes vrienden van Friends vrolijk in het water te dansen voor hun openingscredits — nooit hier gebeurd, maar wie let daar nog op. Vandaar langs de Jacqueline Kennedy Onassis Reservoir, een enorm watervlak waarin de wolkenkrabbers van de Upper West Side — met de karakteristieke torentjes van het San Remo-gebouw voorop — spiegelbeeldig staan te wezen. Onder een bakstenen brug door, langs The Lake met tussen de bomen door nog meer torenflats, en weer terug richting uitgang.
Mijn hardloop-app, die niet doorhad dat dit gewoon wandelen was, hield onderweg trouw mee: 6,93 kilometer in een uur en 37 minuten, 10.248 stappen, 67 hoogtemeters in een park dat vlak oogt totdat je het zelf loopt, en 688 verbrande calorieën bij een gemiddelde hartslag van 127. Na al dat lopen was er wel een beloning op zijn plaats. Niet met eten, maar met verzamelaarswerk: ik verzamel Playmobil, en de set die ik op het oog had is geen gewoon speelgoed. Playmobil 3354 is een Special Commemorative Pack uit 2002, uitgebracht als eerbetoon aan de FDNY-brandweerlieden na 9/11 — exclusief voor de Amerikaanse markt, dus thuis in Nederland gewoon niet te krijgen. Twee exemplaren, plus een Funko Playmobil Oompa Loompa-figuurtje, had ik al vanuit Nederland op eBay besteld, strak getimed op de verwachte levering zodat het pakketje precies rond mijn eigen aankomst in de stad zou liggen. Met Stowfly regel je een lokaal Amerikaans afleveradres, in mijn geval een kapperszaak aan 9th Avenue, op loopafstand van mijn hotel. Geen internationale verzendkosten, geen douanegedoe, gewoon binnenwandelen en je pakketje ophalen.
Via de trappen naar Bethesda Terrace, waar het bronzen engelbeeld van de Bethesda Fountain al sinds 1873 water over vier kleinere figuren laat druppelen, en waar duidelijk permanent iets gefilmd wordt. Kevin McCallister rent hier ergens met de Wet Bandits op zijn hielen, Harvey Specter jaagt zijn ochtendrondje na terwijl hij binnensmonds tegen een denkbeeldige tegenpartij pleit, John Wick en Winston bespreken op een bankje rustig zaken die beter niet luid uitgesproken worden, en ergens boven de boomtoppen zwaait Thor voor de laatste keer naar de rest van de Avengers voor hij richting Asgard vertrekt. Bij de fontein zelf staan de zes vrienden van Friends vrolijk in het water te dansen voor hun openingscredits — nooit hier gebeurd, maar wie let daar nog op. Vandaar langs de Jacqueline Kennedy Onassis Reservoir, een enorm watervlak waarin de wolkenkrabbers van de Upper West Side — met de karakteristieke torentjes van het San Remo-gebouw voorop — spiegelbeeldig staan te wezen. Onder een bakstenen brug door, langs The Lake met tussen de bomen door nog meer torenflats, en weer terug richting uitgang.
Mijn hardloop-app, die niet doorhad dat dit gewoon wandelen was, hield onderweg trouw mee: 6,93 kilometer in een uur en 37 minuten, 10.248 stappen, 67 hoogtemeters in een park dat vlak oogt totdat je het zelf loopt, en 688 verbrande calorieën bij een gemiddelde hartslag van 127. Na al dat lopen was er wel een beloning op zijn plaats. Niet met eten, maar met verzamelaarswerk: ik verzamel Playmobil, en de set die ik op het oog had is geen gewoon speelgoed. Playmobil 3354 is een Special Commemorative Pack uit 2002, uitgebracht als eerbetoon aan de FDNY-brandweerlieden na 9/11 — exclusief voor de Amerikaanse markt, dus thuis in Nederland gewoon niet te krijgen. Twee exemplaren, plus een Funko Playmobil Oompa Loompa-figuurtje, had ik al vanuit Nederland op eBay besteld, strak getimed op de verwachte levering zodat het pakketje precies rond mijn eigen aankomst in de stad zou liggen. Met Stowfly regel je een lokaal Amerikaans afleveradres, in mijn geval een kapperszaak aan 9th Avenue, op loopafstand van mijn hotel. Geen internationale verzendkosten, geen douanegedoe, gewoon binnenwandelen en je pakketje ophalen.
Pollepel Island
Jun 3, 2023
America/New_York
20°C partly-cloudy-day
20°C partly-cloudy-day
Vroeg uit de veren vandaag, want de trein wacht niet. Eerst de metro naar Harlem-125th Street, waar op het perron een bronzen reiziger met hoed en koffer eeuwig gevangen staat in een smeedijzeren hek — "Hear the Lone Whistle Moan" van Alison Saar, uit 1991, en een titel die op dit tijdstip akelig toepasselijk aanvoelt. Een stuk of acht Canadese ganzen vinden het kennelijk ook nog te vroeg en blokkeren in ganzenpas het hele perron, alsof zij hier de dienstregeling bepalen.
De Metro-North Hudson Line volgt vanaf hier trouw de rivier naar het noorden — Riverdale, Yonkers, Tarrytown, Ossining, Croton-Harmon, Peekskill, en ergens ter hoogte van Garrison passeer je in de verte West Point, de beroemde militaire academie aan de overkant van het water. Ruim een uur duurt de rit in totaal. Onderweg komt de conducteur langs met een systeem dat ik nog nooit eerder zag: geen ticket terug in je hand, maar een gekleurd papiertje dat hij onder een metalen klemmetje op de rugleuning voor je schuift. Zo weet elke volgende conducteur die door de trein loopt in één oogopslag dat jij al gecontroleerd bent.
In Beacon aangekomen wacht de boot naar Pollepel Island, compleet met oranje reddingsvesten langs de reling — een klein stukje bureaucratie voordat je het spookeiland op mag. En spookachtig is precies het goede woord: de Lenni-Lenape, Algonquin en Wappinger die hier ooit langs de oevers woonden, geloofden dat het eiland vol kwade geesten zat en durfden er zelfs zelf alleen overdag te komen. Archeologen denken dat er nooit iemand op het eiland heeft gewoond — puur een uitkijkpost, te kaal en te klein voor meer. Latere Nederlandse zeelieden namen het bijgeloof gretig over: nieuwelingen op het schip zouden hier als initiatie zijn achtergelaten om een fabelachtige koningin der kabouters gunstig te stemmen, tot de terugreis.
Die Nederlandse link zit ook letterlijk in de naam. Pollepel is doodgewoon Nederlands voor een pollepel — vernoemd door vroege Hollandse ontdekkingsreizigers op de Hudson. Een concurrerende legende houdt het op een romantischer verhaal: een meisje genaamd Polly Pell zou hier van het brekende rivierijs zijn gered en meteen ter plekke met haar geliefde zijn getrouwd. Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog kreeg het eiland een serieuzere functie: het Amerikaanse leger liet er onderwaterversperringen — chevaux-de-frise, spitse palen tegen scheepsrompen — aanleggen om Britse schepen de rivier op te houden.
De ruïne die er nu staat — ook wel bekend als Bannerman Island — dateert van veel later. Wapenhandelaar Francis Bannerman VI kocht het eiland in 1900. Bannerman was in feite wat we nu een wapenhandelaar zonder scrupules zouden noemen: na de Spaans-Amerikaanse Oorlog kocht hij niet alleen negentig procent van de geveilde buitgemaakte Spaanse wapens op, maar ook rechtstreeks van de Spaanse regering zelf, vlak voordat die Cuba ontruimde. Zijn bedrijfsmotto was klip-en-klaar: "cash on the gun barrel, no questions asked." Aan beide kanten van een conflict verkopen zonder blikken of blozen — precies waar hij goed in was.
Tot zijn dood in 1918 bouwde hij op het eiland een opslagplaats voor al die legerdump, uitgevoerd in de stijl van een Schots kasteel — puur omdat hij dat leuker vond dan een gewone loods. Alleen had Bannerman geen enkele architectonische opleiding: hij tekende de plannen zelf op kantoorpapier, waardoor muren niet even lang zijn en rechte hoeken hier eerder uitzondering dan regel zijn. Die amateuristische bouw, gecombineerd met een explosie in het kruithuis in 1920 en een verwoestende brand in 1969, verklaart waarom er van het oorspronkelijke kasteel alleen nog een indrukwekkende ruïne over is. Tegenwoordig houden steigers en ladders de boel letterlijk overeind. In het bezoekerscentrum, een klein stenen kamertje vol informatieborden over "recycled materials", staat bizar genoeg ook gewoon een oude, gietijzeren badkuip tentoongesteld — geschiedenis en badcultuur samengeperst in één hoekje.
Na drie dagen vol metro's, veerboten en wolkenkrabbers is dit misschien wel het grootste contrast van de hele reis: geen verkeer, geen sirenes, alleen bos, water en een instortend kasteel. Amerika kan blijkbaar ook gewoon heel erg mooi zijn zonder een enkele wolkenkrabber in beeld.
De Metro-North Hudson Line volgt vanaf hier trouw de rivier naar het noorden — Riverdale, Yonkers, Tarrytown, Ossining, Croton-Harmon, Peekskill, en ergens ter hoogte van Garrison passeer je in de verte West Point, de beroemde militaire academie aan de overkant van het water. Ruim een uur duurt de rit in totaal. Onderweg komt de conducteur langs met een systeem dat ik nog nooit eerder zag: geen ticket terug in je hand, maar een gekleurd papiertje dat hij onder een metalen klemmetje op de rugleuning voor je schuift. Zo weet elke volgende conducteur die door de trein loopt in één oogopslag dat jij al gecontroleerd bent.
In Beacon aangekomen wacht de boot naar Pollepel Island, compleet met oranje reddingsvesten langs de reling — een klein stukje bureaucratie voordat je het spookeiland op mag. En spookachtig is precies het goede woord: de Lenni-Lenape, Algonquin en Wappinger die hier ooit langs de oevers woonden, geloofden dat het eiland vol kwade geesten zat en durfden er zelfs zelf alleen overdag te komen. Archeologen denken dat er nooit iemand op het eiland heeft gewoond — puur een uitkijkpost, te kaal en te klein voor meer. Latere Nederlandse zeelieden namen het bijgeloof gretig over: nieuwelingen op het schip zouden hier als initiatie zijn achtergelaten om een fabelachtige koningin der kabouters gunstig te stemmen, tot de terugreis.
Die Nederlandse link zit ook letterlijk in de naam. Pollepel is doodgewoon Nederlands voor een pollepel — vernoemd door vroege Hollandse ontdekkingsreizigers op de Hudson. Een concurrerende legende houdt het op een romantischer verhaal: een meisje genaamd Polly Pell zou hier van het brekende rivierijs zijn gered en meteen ter plekke met haar geliefde zijn getrouwd. Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog kreeg het eiland een serieuzere functie: het Amerikaanse leger liet er onderwaterversperringen — chevaux-de-frise, spitse palen tegen scheepsrompen — aanleggen om Britse schepen de rivier op te houden.
De ruïne die er nu staat — ook wel bekend als Bannerman Island — dateert van veel later. Wapenhandelaar Francis Bannerman VI kocht het eiland in 1900. Bannerman was in feite wat we nu een wapenhandelaar zonder scrupules zouden noemen: na de Spaans-Amerikaanse Oorlog kocht hij niet alleen negentig procent van de geveilde buitgemaakte Spaanse wapens op, maar ook rechtstreeks van de Spaanse regering zelf, vlak voordat die Cuba ontruimde. Zijn bedrijfsmotto was klip-en-klaar: "cash on the gun barrel, no questions asked." Aan beide kanten van een conflict verkopen zonder blikken of blozen — precies waar hij goed in was.
Tot zijn dood in 1918 bouwde hij op het eiland een opslagplaats voor al die legerdump, uitgevoerd in de stijl van een Schots kasteel — puur omdat hij dat leuker vond dan een gewone loods. Alleen had Bannerman geen enkele architectonische opleiding: hij tekende de plannen zelf op kantoorpapier, waardoor muren niet even lang zijn en rechte hoeken hier eerder uitzondering dan regel zijn. Die amateuristische bouw, gecombineerd met een explosie in het kruithuis in 1920 en een verwoestende brand in 1969, verklaart waarom er van het oorspronkelijke kasteel alleen nog een indrukwekkende ruïne over is. Tegenwoordig houden steigers en ladders de boel letterlijk overeind. In het bezoekerscentrum, een klein stenen kamertje vol informatieborden over "recycled materials", staat bizar genoeg ook gewoon een oude, gietijzeren badkuip tentoongesteld — geschiedenis en badcultuur samengeperst in één hoekje.
Na drie dagen vol metro's, veerboten en wolkenkrabbers is dit misschien wel het grootste contrast van de hele reis: geen verkeer, geen sirenes, alleen bos, water en een instortend kasteel. Amerika kan blijkbaar ook gewoon heel erg mooi zijn zonder een enkele wolkenkrabber in beeld.
Molukker op Vakantie Temt een Berg: Mount Beacon
Jun 3, 2023
America/New_York
19°C partly-cloudy-day
19°C partly-cloudy-day
Deze keer in een nieuwe aflevering van: Molukker op vakantie temt een berg. Vandaag: Mount Beacon, een 490 meter hoge bult boven het stadje Beacon, en niet bepaald het terrein waar ik normaal gesproken vrijwillig kom.
De naam is geen toeval: tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog staken kolonisten hier signaalvuren aan om generaal Washington aan de overkant van de Hudson te waarschuwen zodra er Britse troepen in de vallei opdoken. Een stenen obelisk op de noordelijke top herdenkt dat nog steeds. Het pad naar boven begint met een metalen trap die exact het tracé van de oude kabelbaan volgt, en gaat daarna over in een opeenstapeling losse stenen die zich toevallig richting de top beweegt. Na een meter of vijfhonderd hebben mijn kuiten er duidelijk geen zin meer in en laten dat zonder overleg of aankondiging keihard merken. Doorlopen dus, want in mijn familie geven we niet op voor een bult van 490 meter.
Halverwege de klim doemt tussen de bomen een verroeste ruïne op: enorme tandwielen en een lierwiel, helemaal onder de graffiti, ingebed in een restant bakstenen muur. Dit is wat er over is van de Mount Beacon Incline Railway, ooit gebouwd door Otis Elevator Company en in 1902 aangeprezen als de steilste kabelbaan ter wereld. Bovenaan stond een hotel met casino dat in 1926 nog 110.000 bezoekers trok, tot het jaar erop volledig afbrandde. De kabelbaan zelf overleefde nog decennia, tot ook die in 1983 door brand werd verwoest — en nooit meer werd herbouwd. De kale, boomloze strook die nu recht over de helling naar beneden loopt, met stroomkabels die nergens meer heen gaan, is het enige wat de route nog verraadt.
Boven aangekomen ligt Beacon als een maquette aan mijn voeten, met de Hudson en de Newburgh-Beacon Bridge op de achtergrond. Naar beneden neem ik de metalen trap die in scherpe bochten langs de helling kronkelt, alsof iemand een brandtrap in het bos heeft laten vallen. Onderaan, bij het kruispunt met de stoplichten, doemt de berg zelf nog eens op — angstaanjagend hoog voor iets wat ik een uur geleden nog achteloos "een wandelingetje" noemde. Vlak bij de Ron & Ronnie Sauers Bridge, genoemd naar het echtpaar dat vanaf de jaren tachtig de verkrotte Main Street van Beacon nieuw leven inblies, realiseer ik me dat Beacon zelf minstens zo'n herstelverhaal heeft als het uitzicht daarboven.
De naam is geen toeval: tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog staken kolonisten hier signaalvuren aan om generaal Washington aan de overkant van de Hudson te waarschuwen zodra er Britse troepen in de vallei opdoken. Een stenen obelisk op de noordelijke top herdenkt dat nog steeds. Het pad naar boven begint met een metalen trap die exact het tracé van de oude kabelbaan volgt, en gaat daarna over in een opeenstapeling losse stenen die zich toevallig richting de top beweegt. Na een meter of vijfhonderd hebben mijn kuiten er duidelijk geen zin meer in en laten dat zonder overleg of aankondiging keihard merken. Doorlopen dus, want in mijn familie geven we niet op voor een bult van 490 meter.
Halverwege de klim doemt tussen de bomen een verroeste ruïne op: enorme tandwielen en een lierwiel, helemaal onder de graffiti, ingebed in een restant bakstenen muur. Dit is wat er over is van de Mount Beacon Incline Railway, ooit gebouwd door Otis Elevator Company en in 1902 aangeprezen als de steilste kabelbaan ter wereld. Bovenaan stond een hotel met casino dat in 1926 nog 110.000 bezoekers trok, tot het jaar erop volledig afbrandde. De kabelbaan zelf overleefde nog decennia, tot ook die in 1983 door brand werd verwoest — en nooit meer werd herbouwd. De kale, boomloze strook die nu recht over de helling naar beneden loopt, met stroomkabels die nergens meer heen gaan, is het enige wat de route nog verraadt.
Boven aangekomen ligt Beacon als een maquette aan mijn voeten, met de Hudson en de Newburgh-Beacon Bridge op de achtergrond. Naar beneden neem ik de metalen trap die in scherpe bochten langs de helling kronkelt, alsof iemand een brandtrap in het bos heeft laten vallen. Onderaan, bij het kruispunt met de stoplichten, doemt de berg zelf nog eens op — angstaanjagend hoog voor iets wat ik een uur geleden nog achteloos "een wandelingetje" noemde. Vlak bij de Ron & Ronnie Sauers Bridge, genoemd naar het echtpaar dat vanaf de jaren tachtig de verkrotte Main Street van Beacon nieuw leven inblies, realiseer ik me dat Beacon zelf minstens zo'n herstelverhaal heeft als het uitzicht daarboven.
Beacon (upstate New York)
Jun 3, 2023
America/New_York
19°C partly-cloudy-day
19°C partly-cloudy-day
Terug beneden in het stadje na de klim voelt alles anders. Boven op de berg was het enkel ik, wat rotsen en het geluid van mijn eigen ademhaling; hier beneden ineens weer mensen, geluid, geur van koffie die uit een deuropening naar buiten waait. Het contrast slaat je bijna om, alsof je van de ene op de andere stap van een natuurdocumentaire in een filmset stapt.
En een filmset is precies wat het voelt. Ik loop Main Street op en het eerste wat me te binnen schiet is Gilmore Girls — niet omdat ik de serie ooit heb uitgekeken, maar omdat ieder shot hier zo had kunnen zijn gebruikt: bakstenen negentiende-eeuwse panden met witte kroonlijsten, een indie-platenzaak naast een koffiebranderij, banken op de stoep waar niemand haast lijkt te hebben. Of dit nou echt "de" Stars Hollow van de Hudson Valley is, durf ik niet met zekerheid te zeggen — er doen meerdere stadjes hier aanspraak op — maar het voelt in ieder geval zo aan, met net iets meer randje dan het brave decor uit de serie.
Bij de ingang van de stad staat een bord met de geschiedenis alvast kort samengevat: "Welcome to Beacon, First Settled 1708." Ik blijf even hangen bij een informatiebord dat de hele stad opdeelt in "Historical", "Outdoor", "Cultural" en "Main Street" Beacon, netjes gecategoriseerd alsof het Pokémon-types zijn — en heimelijk begin ik te bedenken welke van de vier ik vandaag al heb afgevinkt. Verderop, hoog tegen een bakstenen gevel, hangt een enorm muurschilderij van een vrouwfiguur wier lichaam overgaat in de Hudson zelf: kleine scènes van vissers, wandelaars en de rivier die zich door haar handen een weg naar beneden werkt. Ik sta er langer naar te kijken dan ik had gepland, gewoon omdat er zoveel detail in zit dat je telkens iets nieuws ontdekt. Midden op straat tikt een ouderwetse klok met vier wijzerplaten al sinds 1912 onvermoeibaar door, en het stadhuis met zijn witte zuilenrij en drie vlaggen in de rij oogt bijna te statig voor zo'n klein stadje — alsof Beacon zelf soms vergeet hoe klein het eigenlijk is.
Na de klim was er wel een stevige lunch verdiend, en die vond ik bij de Yankee Clipper Diner: rood-witte strepen buiten, spiegelwanden vol art-decodetails vanbinnen, het soort tent waar het personeel je aanspreekt met "hon" zonder dat het geforceerd voelt. Een cheeseburger met friet, coleslaw en een augurk erbij, weggespoeld met een cola met citroen — precies het soort troostmaaltijd waarvoor Amerikaanse diners groot zijn geworden. Halverwege mijn maaltijd stroomt een team van Beacon High School naar binnen — de Bulldogs, in hun blauw-gouden tenues — samen met ouders en broertjes en zusjes, allemaal toe aan een snack na de wedstrijd. Ik zit er rustig te eten, kijk naar de spiegelbeelden van mezelf die zich oneindig herhalen tegen de rode muur, en besef dat dit precies het soort moment is waarvoor je zo'n dagje upstate eigenlijk maakt: even niets moeten, even geen wolkenkrabber in zicht, gewoon een cheeseburger en de rust die een klein stadje je gratis cadeau doet.
En een filmset is precies wat het voelt. Ik loop Main Street op en het eerste wat me te binnen schiet is Gilmore Girls — niet omdat ik de serie ooit heb uitgekeken, maar omdat ieder shot hier zo had kunnen zijn gebruikt: bakstenen negentiende-eeuwse panden met witte kroonlijsten, een indie-platenzaak naast een koffiebranderij, banken op de stoep waar niemand haast lijkt te hebben. Of dit nou echt "de" Stars Hollow van de Hudson Valley is, durf ik niet met zekerheid te zeggen — er doen meerdere stadjes hier aanspraak op — maar het voelt in ieder geval zo aan, met net iets meer randje dan het brave decor uit de serie.
Bij de ingang van de stad staat een bord met de geschiedenis alvast kort samengevat: "Welcome to Beacon, First Settled 1708." Ik blijf even hangen bij een informatiebord dat de hele stad opdeelt in "Historical", "Outdoor", "Cultural" en "Main Street" Beacon, netjes gecategoriseerd alsof het Pokémon-types zijn — en heimelijk begin ik te bedenken welke van de vier ik vandaag al heb afgevinkt. Verderop, hoog tegen een bakstenen gevel, hangt een enorm muurschilderij van een vrouwfiguur wier lichaam overgaat in de Hudson zelf: kleine scènes van vissers, wandelaars en de rivier die zich door haar handen een weg naar beneden werkt. Ik sta er langer naar te kijken dan ik had gepland, gewoon omdat er zoveel detail in zit dat je telkens iets nieuws ontdekt. Midden op straat tikt een ouderwetse klok met vier wijzerplaten al sinds 1912 onvermoeibaar door, en het stadhuis met zijn witte zuilenrij en drie vlaggen in de rij oogt bijna te statig voor zo'n klein stadje — alsof Beacon zelf soms vergeet hoe klein het eigenlijk is.
Na de klim was er wel een stevige lunch verdiend, en die vond ik bij de Yankee Clipper Diner: rood-witte strepen buiten, spiegelwanden vol art-decodetails vanbinnen, het soort tent waar het personeel je aanspreekt met "hon" zonder dat het geforceerd voelt. Een cheeseburger met friet, coleslaw en een augurk erbij, weggespoeld met een cola met citroen — precies het soort troostmaaltijd waarvoor Amerikaanse diners groot zijn geworden. Halverwege mijn maaltijd stroomt een team van Beacon High School naar binnen — de Bulldogs, in hun blauw-gouden tenues — samen met ouders en broertjes en zusjes, allemaal toe aan een snack na de wedstrijd. Ik zit er rustig te eten, kijk naar de spiegelbeelden van mezelf die zich oneindig herhalen tegen de rode muur, en besef dat dit precies het soort moment is waarvoor je zo'n dagje upstate eigenlijk maakt: even niets moeten, even geen wolkenkrabber in zicht, gewoon een cheeseburger en de rust die een klein stadje je gratis cadeau doet.
8th Avenue Market
Jun 4, 2023
America/New_York
21°C partly-cloudy-day
21°C partly-cloudy-day
Op zondag doen ze in Midtown niet moeilijk: dan sluiten ze gewoon de hele 8th Avenue af voor het verkeer en zetten er een straatmarkt voor in de plaats — vlak voor de deur van mijn hotel nota bene, ik hoefde niet eens de straat over. Ik heb de markt een paar keer op en neer gelopen om alles goed te kunnen bekijken: kraampjes met hoeden, sieraden en tassen staan schouder aan schouder tot zover het oog reikt, ingeklemd tussen wolkenkrabbers die zich totaal niets aantrekken van wat zich beneden op straat afspeelt.
Verderop op de afgesloten Avenue zit Ladder 4, bijgenaamd "Pride of Midtown" — Engine 54, Ladder 4, Battalion 9, gevestigd op de hoek van 8th Avenue en 48th Street. De deuren staan open en je kunt zo naar binnen kijken, een praatje maken met de brandweerlieden die er dienst hebben, en er is zelfs een eigen kraampje met FDNY-merch. Wat je er niet zomaar aan afziet: dit is de kazerne die op 11 september 2001 de hele dienstploeg verloor die als eerste uitrukte naar de Twin Towers — vijftien man, meer dan enige andere kazerne in de stad. Niemand van hen kwam terug.
Terug op straat gaat de markt gewoon door.
Het hoogtepunt is een BBQ-kar van Humo BBQ: spiesen paprika, aubergine en hele ananassen hangen aan haken boven een gloeiende grill vol steak en aardappelen, met een fikse vleugje rook die een heel blok verderop nog te ruiken is. Besteld heb ik uiteindelijk niets — de rij was te lang, en ik had later op de dag al iets anders op het menu staan — maar de geur alleen al maakte de wandeling de moeite waard.
Verderop op de afgesloten Avenue zit Ladder 4, bijgenaamd "Pride of Midtown" — Engine 54, Ladder 4, Battalion 9, gevestigd op de hoek van 8th Avenue en 48th Street. De deuren staan open en je kunt zo naar binnen kijken, een praatje maken met de brandweerlieden die er dienst hebben, en er is zelfs een eigen kraampje met FDNY-merch. Wat je er niet zomaar aan afziet: dit is de kazerne die op 11 september 2001 de hele dienstploeg verloor die als eerste uitrukte naar de Twin Towers — vijftien man, meer dan enige andere kazerne in de stad. Niemand van hen kwam terug.
Terug op straat gaat de markt gewoon door.
Het hoogtepunt is een BBQ-kar van Humo BBQ: spiesen paprika, aubergine en hele ananassen hangen aan haken boven een gloeiende grill vol steak en aardappelen, met een fikse vleugje rook die een heel blok verderop nog te ruiken is. Besteld heb ik uiteindelijk niets — de rij was te lang, en ik had later op de dag al iets anders op het menu staan — maar de geur alleen al maakte de wandeling de moeite waard.
Sarge’s Delicatessen & Diner
Jun 4, 2023
America/New_York
20°C rain
20°C rain
Op weg naar de pastrami eerst nog langs Rockefeller Plaza, waar in juni de regenboogvlaggen wapperen voor Pride Month en het gouden standbeeld van Prometheus zich niets aantrekt van de drukte eronder. Van de wereldberoemde kerstboom en het ijsbaantje — waar de stad sinds 1933 elk jaar een boom voor optuigt, live uitgezonden op NBC — is in juni natuurlijk niets te zien. In plaats daarvan is de vloer voor dit seizoen omgetoverd tot Flipper's Roller Boogie Palace, een retro rolschaatsdisco die de eer heeft de eerste rolschaatsbaan op dit plein te zijn sinds 1940.
Bij Sarge's, een instituut aan Third Avenue in Murray Hill, wacht een stukje New Yorkse geschiedenis: geopend in 1964 door sergeant Abe Katz, van 1943 tot 1951 actief bij het 88th Precinct van de NYPD, die na zijn pensioen zijn bijnaam "Sarge" meteen op de gevel liet zetten. New Yorkers voeren al jaren een verhitte discussie over Sarge's versus Katz's Delicatessen, hét andere iconische pastrami-instituut aan de andere kant van de stad — en het feit dat de oprichter van Sarge's toevallig zélf ook gewoon Katz heette, lijkt in die hele rivaliteit niemand ooit te zijn opgevallen. Wie er nou echt de beste sandwich heeft, mag men onderling uitvechten — ik koos gewoon voor het adres zonder wachtrij en met een zitplaats. Binnen hangen gebrandschilderde Tiffany-lampen boven bruinleren zitjes, precies het soort interieur dat al decennia niet is veranderd en dat ook niet zou moeten.
Ik bestel het enige juiste: een pastrami-sandwich zo hoog opgestapeld dat hij zonder tandenstoker eigenlijk niet overeind blijft staan, met een schaaltje augurken en een blikje Dr. Brown's Cream Soda erbij. Dat merk gaat terug tot 1869, oorspronkelijk bedacht om ondervoeding onder Joodse immigrantenkinderen in New York tegen te gaan, en wordt al meer dan een eeuw vrijwel uitsluitend verkocht in Joodse delicatessenzaken zoals deze — de officieuze huiswijn van elke zichzelf respecterende pastrami-sandwich.
De tent is warm, druk en precies zo lawaaierig als een goede deli hoort te zijn. Ik werk de helft van de sandwich weg voor ik besef dat ik voor de andere helft eigenlijk een tweede maag nodig heb.
Bij Sarge's, een instituut aan Third Avenue in Murray Hill, wacht een stukje New Yorkse geschiedenis: geopend in 1964 door sergeant Abe Katz, van 1943 tot 1951 actief bij het 88th Precinct van de NYPD, die na zijn pensioen zijn bijnaam "Sarge" meteen op de gevel liet zetten. New Yorkers voeren al jaren een verhitte discussie over Sarge's versus Katz's Delicatessen, hét andere iconische pastrami-instituut aan de andere kant van de stad — en het feit dat de oprichter van Sarge's toevallig zélf ook gewoon Katz heette, lijkt in die hele rivaliteit niemand ooit te zijn opgevallen. Wie er nou echt de beste sandwich heeft, mag men onderling uitvechten — ik koos gewoon voor het adres zonder wachtrij en met een zitplaats. Binnen hangen gebrandschilderde Tiffany-lampen boven bruinleren zitjes, precies het soort interieur dat al decennia niet is veranderd en dat ook niet zou moeten.
Ik bestel het enige juiste: een pastrami-sandwich zo hoog opgestapeld dat hij zonder tandenstoker eigenlijk niet overeind blijft staan, met een schaaltje augurken en een blikje Dr. Brown's Cream Soda erbij. Dat merk gaat terug tot 1869, oorspronkelijk bedacht om ondervoeding onder Joodse immigrantenkinderen in New York tegen te gaan, en wordt al meer dan een eeuw vrijwel uitsluitend verkocht in Joodse delicatessenzaken zoals deze — de officieuze huiswijn van elke zichzelf respecterende pastrami-sandwich.
De tent is warm, druk en precies zo lawaaierig als een goede deli hoort te zijn. Ik werk de helft van de sandwich weg voor ik besef dat ik voor de andere helft eigenlijk een tweede maag nodig heb.
Marc Rebillet | We Outside at Union Square Manhattan
Jun 4, 2023
America/New_York
20°C rain
20°C rain
Ik volg Marc Rebillet al een tijdje op YouTube — de man met de looppedalen, de keyboard en de volledig geïmproviseerde nummers die hij live ter plekke verzint. Precies op het moment dat ik bij Sarge's de laatste happen van mijn pastrami-sandwich naar binnen werk, gaat hij live op YouTube: een pop-up meldt het meteen op mijn telefoon. "We Outside," zijn eigen format waarbij hij zonder enige aankondiging ergens in de stad gaat staan en een stream start. Eén blik op de locatie is genoeg — Union Square, dat herken ik meteen.
Sandwich afgemaakt, snel de metro in, en een paar haltes later sta ik al bij het plein. De menigte is op dat moment nog aan het opbouwen: genoeg mensen om te weten dat het goed zit, maar nog niet de verstikkende massa die er ongetwijfeld over een halfuur zal staan. Ik sluit me vroeg genoeg aan om vooraan te blijven staan, dicht bij de kabels op de grond en zijn mixer, terwijl achter me de menigte gestaag verder aangroeit.
Vandaag krijgt zijn improvisatie ongewoon veel gezelschap: de Brooklyn United Marching Band sluit spontaan aan, waardoor de gebruikelijke looppedalen-en-synth-chaos wordt aangevuld met een complete blaassectie. Rebillet was toch al in de stad om "Songs About Fucking" te promoten, een documentaire over hemzelf die dat weekend in première ging op het Tribeca Film Festival — blijkbaar was er tussendoor nog tijd genoeg om ook even een plein op te eisen.
Vanaf mijn plek vooraan zie ik alles op een paar meter afstand gebeuren, terwijl om me heen bijna iedereen zijn telefoon omhoog houdt. Ikzelf hou het liever bij kijken — dit soort momenten beleef ik liever terwijl ze gebeuren dan achteraf via een schermpje. De bastonen kaatsen van de gebouwen rond het plein terug, en dat geluid staat feilloos in mijn geheugen gegrift.
Sandwich afgemaakt, snel de metro in, en een paar haltes later sta ik al bij het plein. De menigte is op dat moment nog aan het opbouwen: genoeg mensen om te weten dat het goed zit, maar nog niet de verstikkende massa die er ongetwijfeld over een halfuur zal staan. Ik sluit me vroeg genoeg aan om vooraan te blijven staan, dicht bij de kabels op de grond en zijn mixer, terwijl achter me de menigte gestaag verder aangroeit.
Vandaag krijgt zijn improvisatie ongewoon veel gezelschap: de Brooklyn United Marching Band sluit spontaan aan, waardoor de gebruikelijke looppedalen-en-synth-chaos wordt aangevuld met een complete blaassectie. Rebillet was toch al in de stad om "Songs About Fucking" te promoten, een documentaire over hemzelf die dat weekend in première ging op het Tribeca Film Festival — blijkbaar was er tussendoor nog tijd genoeg om ook even een plein op te eisen.
Vanaf mijn plek vooraan zie ik alles op een paar meter afstand gebeuren, terwijl om me heen bijna iedereen zijn telefoon omhoog houdt. Ikzelf hou het liever bij kijken — dit soort momenten beleef ik liever terwijl ze gebeuren dan achteraf via een schermpje. De bastonen kaatsen van de gebouwen rond het plein terug, en dat geluid staat feilloos in mijn geheugen gegrift.
The High Line
Jun 5, 2023
America/New_York
24°C rain
24°C rain
Ontbijt eerst bij Westway Diner, een paar straten van mijn hotel op 9th Avenue: een familiebedrijf sinds 1988, met een menu van acht pagina's waarop ontbijt de hele dag verkrijgbaar is. Weinig bijzonders te zien aan de buitenkant, maar dit is wel de tent waar Jerry Seinfeld en Kenny Kramer ooit aan tafel zaten en het idee voor de sitcom Seinfeld bedachten. Ik eet mijn omelet met home fries in alle onwetendheid op, en pas later die dag realiseer ik me in wat voor stukje sitcomgeschiedenis ik zonder het te weten had gezeten.
Ooit was dit "Death Avenue": tot in het begin van de twintigste eeuw reden hier goederentreinen gewoon over straatniveau door Manhattans westkant, en tegen 1910 hadden ze al meer dan 500 voetgangers doodgereden. De oplossing kwam er in 1934 met een verhoogd spoor, veilig boven het verkeer — tot vrachtvervoer per truck de trein overbodig maakte en de laatste trein hier in 1980 reed. Daarna: drie decennia niets, een spookspoor dat langzaam overwoekerd raakte, tot een groep buurtbewoners in 2004 de stad ervan overtuigde er een park van te maken. Sinds 2009 stuk voor stuk geopend, tot het laatste deel in 2014.
Van die spoorweggeschiedenis is opzettelijk weinig weggepoetst: op meerdere plekken liggen de originele rails nog gewoon in het wandelpad verwerkt, met gras en wilde bloemen ertussen die zich door de dwarsliggers heen een weg naar boven werken. Bij de Chelsea Market Passage, ter hoogte van de oude fabriek van National Biscuit Company (het latere Nabisco), loopt het pad onder een fysieke luchtbrug door die twee delen van het complex met elkaar verbindt — je kijkt zo een straat verderop de stad in.
Tussen de begroeiing staat een enorm, roestbruin vat rechtop, bijna vier en een halve meter hoog: "El viento sopla donde quiere" van de Argentijnse kunstenaar Gabriel Chaile, geïnspireerd op precolumbiaanse aardewerken vazen uit het noordwesten van Argentinië, met iets van een vogelfiguur die op een fluit lijkt te blazen. Verderop, op een dak naast het pad, houdt een compleet uitgedost plastic skelet de wacht tussen de airco-units en waterreservoirs — minder museumwaardig, maar minstens zo gedenkwaardig.
Aan het einde doemt de Vessel op tussen de wolkenkrabbers van Hudson Yards, die honingraat van trappen die ik alleen van foto's kende en die ineens levensgroot tussen de gebouwen opdoemt. Het mooiste aan de High Line is misschien niet eens het park zelf, maar dat je constant op ooghoogte met de tweede verdieping langs achtertuinen en dakterrassen glijdt — precies de blik op de stad die je normaal nooit krijgt.
Ooit was dit "Death Avenue": tot in het begin van de twintigste eeuw reden hier goederentreinen gewoon over straatniveau door Manhattans westkant, en tegen 1910 hadden ze al meer dan 500 voetgangers doodgereden. De oplossing kwam er in 1934 met een verhoogd spoor, veilig boven het verkeer — tot vrachtvervoer per truck de trein overbodig maakte en de laatste trein hier in 1980 reed. Daarna: drie decennia niets, een spookspoor dat langzaam overwoekerd raakte, tot een groep buurtbewoners in 2004 de stad ervan overtuigde er een park van te maken. Sinds 2009 stuk voor stuk geopend, tot het laatste deel in 2014.
Van die spoorweggeschiedenis is opzettelijk weinig weggepoetst: op meerdere plekken liggen de originele rails nog gewoon in het wandelpad verwerkt, met gras en wilde bloemen ertussen die zich door de dwarsliggers heen een weg naar boven werken. Bij de Chelsea Market Passage, ter hoogte van de oude fabriek van National Biscuit Company (het latere Nabisco), loopt het pad onder een fysieke luchtbrug door die twee delen van het complex met elkaar verbindt — je kijkt zo een straat verderop de stad in.
Tussen de begroeiing staat een enorm, roestbruin vat rechtop, bijna vier en een halve meter hoog: "El viento sopla donde quiere" van de Argentijnse kunstenaar Gabriel Chaile, geïnspireerd op precolumbiaanse aardewerken vazen uit het noordwesten van Argentinië, met iets van een vogelfiguur die op een fluit lijkt te blazen. Verderop, op een dak naast het pad, houdt een compleet uitgedost plastic skelet de wacht tussen de airco-units en waterreservoirs — minder museumwaardig, maar minstens zo gedenkwaardig.
Aan het einde doemt de Vessel op tussen de wolkenkrabbers van Hudson Yards, die honingraat van trappen die ik alleen van foto's kende en die ineens levensgroot tussen de gebouwen opdoemt. Het mooiste aan de High Line is misschien niet eens het park zelf, maar dat je constant op ooghoogte met de tweede verdieping langs achtertuinen en dakterrassen glijdt — precies de blik op de stad die je normaal nooit krijgt.
The Museum of Modern Art
Jun 5, 2023
America/New_York
24°C partly-cloudy-day
24°C partly-cloudy-day
MoMA zit ingeklemd tussen wolkenkrabbers aan West 53rd Street, met een verticaal bord tegen de gevel dat simpelweg "MoMA" zegt — je moet echt even zoeken voordat je doorhebt dat je er al voor staat.
Binnen is het schilderij na schilderij dat je alleen van tegeltjeswijsheid en posters kende, ineens levensgroot voor je neus. Picasso alleen al hangt er meerdere keren: "Les Demoiselles d'Avignon," het schilderij dat het kubisme min of meer aftrapte, plus "Ma Jolie," "Girl before a Mirror" en nog een paar cubistische figuurstudies verderop. Van Van Gogh niet één maar twee werken — "Irissen" en het portret van postbode Joseph Roulin, herkenbaar aan zijn pet met "POSTES" erop tegen een achtergrond vol krullend bloemenbehang. Van Gogh is voor mij eigenlijk gewoon een soort buurtschilder: hij woonde van 1883 tot 1885 in Nuenen, praktisch een uitloper van Eindhoven, kwam er regelmatig verf kopen en gaf er zelfs schilderlessen. Chagalls "I and the Village" hangt er met zijn omgekeerde koeienkop en dorpstafereeltje, Frida Kahlo's zelfportret met kortgeknipt haar in een te grote herenpak, en een felgekleurd straattafereel van Kirchner vol Berlijnse dames onder grote hoeden.
Verderop een schilderij van een religieuze revival-bijeenkomst: een vrouw in het wit die letterlijk van de vloer springt tussen dansende gelovigen, met "JESUS SAVES" in neonletters op de achtergrond — wie het schilderde weet ik niet meer, maar de energie erin is met geen omschrijving compleet te vangen. Ernaast een surrealistisch tafereel van Romeinse ruïnes met een reusachtig, blauwgroen gezicht dat tussen de puinhopen opduikt, alsof iemand Piranesi en een sciencefictionfilm door elkaar heeft gehaald. James Rosenquists enorme "F-111," een muurvullend Pop Art-fresco van een gevechtsvliegtuig, een parasol, een autoband en een lachend kind, beslaat in zijn eentje een hele zaal.
Jackson Pollocks "One: Number 31, 1949" beslaat een hele muur — van dichtbij een chaos van druipsporen, van een paar meter afstand ineens een compleet ritme. Maar als ik mijn ogen tot spleetjes knijp, schiet me onvermijdelijk te binnen dat ik zelf ook weleens een fecale Pollock heb geproduceerd op de porseleinen troon, na een shoarma die er verkeerd inging.
Op de designverdieping hangt, hoog aan het plafond, een complete Bell-47D1 helikopter uit 1945 — ontworpen door Arthur Young, die naast ingenieur ook dichter en schilder was, met een doorzichtige plastic bubbel in één stuk gegoten in plaats van in metalen panelen. Die vorm leverde het toestel zijn bijnaam op: de "bug-eyed helicopter." Ernaast staan twee designklassiekers naast elkaar die niet toevalliger hadden kunnen samenkomen: de Le Corbusier LC2-fauteuil, cognackleurig leer op een verchroomd buisframe, die nog altijd bovenaan mijn eigen wenslijst staat — al heb ik met de Arne Norell Ari al een vergelijkbare leren, verchroomde statement-fauteuil in mijn eigen collectie staan, dus voorlopig blijft het bij kijken — en de Eileen Gray Adjustable Table met zijn karakteristieke C-vormige poot, minstens zo iconisch, maar een die ik zelf nooit zou aanschaffen.
Van bovenaf gezien is de centrale hal een mierenhoop van bezoekers die allemaal naar hetzelfde schilderij staan te wijzen. Twee uur binnen voelt als tien minuten.
Binnen is het schilderij na schilderij dat je alleen van tegeltjeswijsheid en posters kende, ineens levensgroot voor je neus. Picasso alleen al hangt er meerdere keren: "Les Demoiselles d'Avignon," het schilderij dat het kubisme min of meer aftrapte, plus "Ma Jolie," "Girl before a Mirror" en nog een paar cubistische figuurstudies verderop. Van Van Gogh niet één maar twee werken — "Irissen" en het portret van postbode Joseph Roulin, herkenbaar aan zijn pet met "POSTES" erop tegen een achtergrond vol krullend bloemenbehang. Van Gogh is voor mij eigenlijk gewoon een soort buurtschilder: hij woonde van 1883 tot 1885 in Nuenen, praktisch een uitloper van Eindhoven, kwam er regelmatig verf kopen en gaf er zelfs schilderlessen. Chagalls "I and the Village" hangt er met zijn omgekeerde koeienkop en dorpstafereeltje, Frida Kahlo's zelfportret met kortgeknipt haar in een te grote herenpak, en een felgekleurd straattafereel van Kirchner vol Berlijnse dames onder grote hoeden.
Verderop een schilderij van een religieuze revival-bijeenkomst: een vrouw in het wit die letterlijk van de vloer springt tussen dansende gelovigen, met "JESUS SAVES" in neonletters op de achtergrond — wie het schilderde weet ik niet meer, maar de energie erin is met geen omschrijving compleet te vangen. Ernaast een surrealistisch tafereel van Romeinse ruïnes met een reusachtig, blauwgroen gezicht dat tussen de puinhopen opduikt, alsof iemand Piranesi en een sciencefictionfilm door elkaar heeft gehaald. James Rosenquists enorme "F-111," een muurvullend Pop Art-fresco van een gevechtsvliegtuig, een parasol, een autoband en een lachend kind, beslaat in zijn eentje een hele zaal.
Jackson Pollocks "One: Number 31, 1949" beslaat een hele muur — van dichtbij een chaos van druipsporen, van een paar meter afstand ineens een compleet ritme. Maar als ik mijn ogen tot spleetjes knijp, schiet me onvermijdelijk te binnen dat ik zelf ook weleens een fecale Pollock heb geproduceerd op de porseleinen troon, na een shoarma die er verkeerd inging.
Op de designverdieping hangt, hoog aan het plafond, een complete Bell-47D1 helikopter uit 1945 — ontworpen door Arthur Young, die naast ingenieur ook dichter en schilder was, met een doorzichtige plastic bubbel in één stuk gegoten in plaats van in metalen panelen. Die vorm leverde het toestel zijn bijnaam op: de "bug-eyed helicopter." Ernaast staan twee designklassiekers naast elkaar die niet toevalliger hadden kunnen samenkomen: de Le Corbusier LC2-fauteuil, cognackleurig leer op een verchroomd buisframe, die nog altijd bovenaan mijn eigen wenslijst staat — al heb ik met de Arne Norell Ari al een vergelijkbare leren, verchroomde statement-fauteuil in mijn eigen collectie staan, dus voorlopig blijft het bij kijken — en de Eileen Gray Adjustable Table met zijn karakteristieke C-vormige poot, minstens zo iconisch, maar een die ik zelf nooit zou aanschaffen.
Van bovenaf gezien is de centrale hal een mierenhoop van bezoekers die allemaal naar hetzelfde schilderij staan te wijzen. Twee uur binnen voelt als tien minuten.
Tribeca New York
Jun 6, 2023
America/New_York
27°C rain
27°C rain
Regen bij 27 graden en drukkende lucht vandaag — het soort weer waarbij een paraplu meer in de weg zit dan dat hij helpt. Tribeca zelf doet daar niet moeilijk over: negentiende-eeuwse cast-iron pakhuizen met gietijzeren kozijnen, brandtrappen die uit bijna elk raam hangen als metalen bultjes, en een rust die je nergens anders in Manhattan tegenkomt. Die gietijzeren gevels zijn hier geen toeval: de allereerste ter wereld werd in 1848 om de hoek gebouwd door James Bogardus, die ontdekte dat je met gietijzer veel goedkoper dezelfde sierlijke details kon namaken als met handgehouwen steen — en het kon zelfs beschilderd worden om precies op steen te lijken. Bijkomend voordeel: gietijzer brandt niet, een niet onbelangrijk verkoopargument in een negentiende-eeuwse stad vol houten panden. Tegen het einde van de negentiende eeuw stonden hier fabrieken, textielateliers en drukkerijen in gebouwen met precies dit soort gevels, in stijlen die leenden van de Italiaanse en Franse renaissance.
Op Broadway loop ik langs 368, de studio van Casey Neistat — met 12,6 miljoen abonnees zowat een van de bekendste YouTubers ter wereld, en zijn hele online identiteit is eigenlijk gewoon "ik, in New York." Sinds 2018 zit hier zijn productiestudio, met ruimte voor podcasts, muziek en af en toe een pop-upwinkel aan de voorkant. Weinig te zien vanaf de stoep, maar leuk om te weten dat je er net langsloopt.
Wat ik minder kon laten liggen: een Apple Store, waar ik "even snel kijken" binnenstapte en er twintig minuten later uitliep met een Apple TV 4K onder mijn arm. Efficiëntie voorop, ook als het om impulsaankopen gaat.
Verderop, richting Foley Square, torent het Thurgood Marshall United States Courthouse boven de straat uit — een indrukwekkende zuilengalerij met een piramidevormige top, precies het soort gebouw waar je toevallig voorbij loopt en toch even blijft stilstaan.
's Avonds sluit ik de dag af bij Xing Wong BBQ in Chinatown, dezelfde Cantonese tent aan East Broadway waar mijn moeder een paar maanden eerder ook al had gegeten — geroosterde eend en varkensvlees hangend in de etalage, een simpel bord rijst met vlees, en een gratis kopje thee erbij. Zij was hier eerder dan ik, net als met deze hele reis.
Op Broadway loop ik langs 368, de studio van Casey Neistat — met 12,6 miljoen abonnees zowat een van de bekendste YouTubers ter wereld, en zijn hele online identiteit is eigenlijk gewoon "ik, in New York." Sinds 2018 zit hier zijn productiestudio, met ruimte voor podcasts, muziek en af en toe een pop-upwinkel aan de voorkant. Weinig te zien vanaf de stoep, maar leuk om te weten dat je er net langsloopt.
Wat ik minder kon laten liggen: een Apple Store, waar ik "even snel kijken" binnenstapte en er twintig minuten later uitliep met een Apple TV 4K onder mijn arm. Efficiëntie voorop, ook als het om impulsaankopen gaat.
Verderop, richting Foley Square, torent het Thurgood Marshall United States Courthouse boven de straat uit — een indrukwekkende zuilengalerij met een piramidevormige top, precies het soort gebouw waar je toevallig voorbij loopt en toch even blijft stilstaan.
's Avonds sluit ik de dag af bij Xing Wong BBQ in Chinatown, dezelfde Cantonese tent aan East Broadway waar mijn moeder een paar maanden eerder ook al had gegeten — geroosterde eend en varkensvlees hangend in de etalage, een simpel bord rijst met vlees, en een gratis kopje thee erbij. Zij was hier eerder dan ik, net als met deze hele reis.
Billy’s Hot Dog Cart & Central Park Bike Ride
Jun 6, 2023
America/New_York
26°C rain
26°C rain
Van Tribeca naar Central Park is een aardig eind lopen, dus deed ik het verstandige: een Citi Bike uit het rek getrokken. Het systeem bestaat sinds 27 mei 2013, opgezet door de stad zonder een cent belastinggeld — Nike en Apple werden eerst benaderd als sponsor, maar uiteindelijk was het Citi die zijn naam eraan verbond. Vandaag, tien jaar later, zijn het duizenden van deze blauwe fietsen die door de hele stad staan opgesteld.
Onderweg eerst een tussenstop bij Billy's Hot Dog Cart op Central Park West, ter hoogte van 93rd Street — een kraampje dat al sinds 1994 door dezelfde Griekse eigenaar wordt gerund, inmiddels een van de best beoordeelde hotdogkarren van het hele land. Het was rustig, geen rij, dus tijd genoeg voor een praatje met Billy zelf, die bekendstaat om zijn gastvrijheid en gratis drankjes bij een goed gesprek. Worst met gebakken uien en zuurkool, alles in aluminiumfolie gewikkeld en met de handen opgegeten.
Daarna de fiets weer gepakt voor een compleet rondje Central Park — het park is groter dan het vanaf de grond lijkt, en fietsend kom je in een uur langs meer natuur dan je in een hele dag lopend zou halen. Thuis rijd ik zelf op een fixed gear racefiets, en eigenlijk was de stiekeme wens om juist dát in New York te doen — de stad heeft tenslotte een hele fietskoerier-subcultuur rond fixed gear-fietsen, beroemd geworden door de film Premium Rush met Joseph Gordon-Levitt als koerier die dwars door Manhattan wordt achternagezeten. Die wens werd het uiteindelijk niet: gewoon een Citi Bike dus, verre van een fixie, maar wel een stuk relaxter zonder blokkeerbare achterrem in vreemde stadsverkeer.
Onderweg eerst een tussenstop bij Billy's Hot Dog Cart op Central Park West, ter hoogte van 93rd Street — een kraampje dat al sinds 1994 door dezelfde Griekse eigenaar wordt gerund, inmiddels een van de best beoordeelde hotdogkarren van het hele land. Het was rustig, geen rij, dus tijd genoeg voor een praatje met Billy zelf, die bekendstaat om zijn gastvrijheid en gratis drankjes bij een goed gesprek. Worst met gebakken uien en zuurkool, alles in aluminiumfolie gewikkeld en met de handen opgegeten.
Daarna de fiets weer gepakt voor een compleet rondje Central Park — het park is groter dan het vanaf de grond lijkt, en fietsend kom je in een uur langs meer natuur dan je in een hele dag lopend zou halen. Thuis rijd ik zelf op een fixed gear racefiets, en eigenlijk was de stiekeme wens om juist dát in New York te doen — de stad heeft tenslotte een hele fietskoerier-subcultuur rond fixed gear-fietsen, beroemd geworden door de film Premium Rush met Joseph Gordon-Levitt als koerier die dwars door Manhattan wordt achternagezeten. Die wens werd het uiteindelijk niet: gewoon een Citi Bike dus, verre van een fixie, maar wel een stuk relaxter zonder blokkeerbare achterrem in vreemde stadsverkeer.
New York Yankees
Jun 6, 2023
America/New_York
25°C rain
25°C rain
's Avonds naar Yankee Stadium in de Bronx, binnen via Gate 6 waar het al ruim voor de eerste worp een drukte van jewelste was. Een goede stoel had ik geregeld via de officiële Yankees-website, geen omweg via een broker of scalper deze keer. De lucht boven het stadion had een vreemde, amberkleurige gloed — geen zonsondergang, maar de eerste voorboden van de Canadese bosbrandrook die de dag erna de hele stad in een oranje waas zou hullen.
Binnen doet de sfeer daar weinig voor onder, al voelde het geheel ook een beetje... gemaakt. Aangestuurde jumbotron-hypes, ingestudeerde stadionomroepers, precies getimede muziekcues bij elke worp — leuk om te zien, maar net iets te gepolijst om helemaal organisch te voelen. Typisch Amerikaans, vermoed ik. Op mijn hoofd de pet die ik zondag al voor een fractie van de prijs op de straatmarkt aan 8th Avenue had gescoord, in plaats van de duurdere versie bij de merchandisekraam hier.
Ik trakteer mezelf op chicken tenders met friet, geserveerd in de mini snack bowl van de officiële 32 oz. Souvenir Cup — een drinkbeker bedrukt met de logo's van alle dertig MLB-teams, met een afneembare snackbak erbovenop met "YANKEE STADIUM" erop gegraveerd — duurder dan een normaal bakje friet, maar dat souvenir neem ik straks gewoon mee naar huis.
De wedstrijd zelf verliep minder feestelijk dan het decor beloofde: de Chicago White Sox wonnen met 3-2, met Lucas Giolito die zes hitless innings gooide en sluiter Liam Hendriks die zijn eerste save pakte sinds zijn terugkeer na een kankerbehandeling — bittere pil voor het thuispubliek, maar een mooi verhaal voor de tegenstander. Voor de meeste toeristen om me heen was het een leuk avondje uit; ik zat intussen elke wissel en elke worp nauwlettend te volgen — een honkbalnerd blijft een honkbalnerd, ook met een vreemd gekleurde lucht op de achtergrond en een verliespartij op het scorebord.
Binnen doet de sfeer daar weinig voor onder, al voelde het geheel ook een beetje... gemaakt. Aangestuurde jumbotron-hypes, ingestudeerde stadionomroepers, precies getimede muziekcues bij elke worp — leuk om te zien, maar net iets te gepolijst om helemaal organisch te voelen. Typisch Amerikaans, vermoed ik. Op mijn hoofd de pet die ik zondag al voor een fractie van de prijs op de straatmarkt aan 8th Avenue had gescoord, in plaats van de duurdere versie bij de merchandisekraam hier.
Ik trakteer mezelf op chicken tenders met friet, geserveerd in de mini snack bowl van de officiële 32 oz. Souvenir Cup — een drinkbeker bedrukt met de logo's van alle dertig MLB-teams, met een afneembare snackbak erbovenop met "YANKEE STADIUM" erop gegraveerd — duurder dan een normaal bakje friet, maar dat souvenir neem ik straks gewoon mee naar huis.
De wedstrijd zelf verliep minder feestelijk dan het decor beloofde: de Chicago White Sox wonnen met 3-2, met Lucas Giolito die zes hitless innings gooide en sluiter Liam Hendriks die zijn eerste save pakte sinds zijn terugkeer na een kankerbehandeling — bittere pil voor het thuispubliek, maar een mooi verhaal voor de tegenstander. Voor de meeste toeristen om me heen was het een leuk avondje uit; ik zat intussen elke wissel en elke worp nauwlettend te volgen — een honkbalnerd blijft een honkbalnerd, ook met een vreemd gekleurde lucht op de achtergrond en een verliespartij op het scorebord.
Governors Island
Jun 7, 2023
America/New_York
22°C clear-day
22°C clear-day
De lucht is vandaag nog erger dan gisteren bij de Yankees: een dikke, gelige waas hangt over de hele haven, de skyline van Lower Manhattan nog maar vaag zichtbaar vanaf het water. Dit blijkt achteraf de piekdag van de Canadese bosbrandrook te zijn geweest — het ergste luchtkwaliteitsmoment in de recente geschiedenis van de stad.
Governors Island heeft toevallig ook een Nederlands verleden: in mei 1624 landden hier de allereerste dertig gezinnen van Nieuw-Nederland, en de Nederlanders noemden het Nooten Eylandt naar de walnotenbomen die er groeiden. Daarna volgt een lange militaire geschiedenis: van 1783 tot 1966 was het een legerpost van het Amerikaanse leger, en van 1966 tot 1996 de grootste basis van de Amerikaanse kustwacht, met een eigen woongemeenschap van zo'n drieduizend mensen plus nog eens vijftienhonderd forensen. Bezuinigingen bij het Ministerie van Transport dwongen de kustwacht in 1995 tot sluiting; de federale overheid verkocht het eiland in 2003 voor een symbolisch bedrag van één dollar aan de stad en staat New York, en sinds 2005 mag iedereen er zomaar rondlopen.
De volgende hoofdstuk van het eiland was op het moment van mijn bezoek nog maar net aangekondigd: enkele weken eerder, in april 2023, maakte de stad bekend dat Stony Brook University hier een klimaatonderzoekscentrum van 700 miljoen dollar gaat bouwen — de New York Climate Exchange, een campus van 37.000 vierkante meter en het eerste grootschalige commerciële gebouw van de stad dat volledig in massief hout wordt opgetrokken. Van dat toekomstige gebouw was op straat nog helemaal niets te zien, maar het idee dat hier straks een klimaatcampus verrijst, terwijl ik zelf door een oranje rooklucht van bosbranden liep, voelde toch wel toepasselijk.
Van al die geschiedenis is nu vooral het rustige, autovrije eiland zelf over: een rond fort (Castle Williams, 1811) en een rijtje officierswoningen als excuus om ergens naartoe te lopen. Ik heb er een paar uur rondgelopen, gewoon om te bewegen na alle stadsdrukte van de afgelopen dagen — minder sightseeing, meer een sportief tussendoortje met, dankzij de rook, een bizarre gele filter over alles heen.
Governors Island heeft toevallig ook een Nederlands verleden: in mei 1624 landden hier de allereerste dertig gezinnen van Nieuw-Nederland, en de Nederlanders noemden het Nooten Eylandt naar de walnotenbomen die er groeiden. Daarna volgt een lange militaire geschiedenis: van 1783 tot 1966 was het een legerpost van het Amerikaanse leger, en van 1966 tot 1996 de grootste basis van de Amerikaanse kustwacht, met een eigen woongemeenschap van zo'n drieduizend mensen plus nog eens vijftienhonderd forensen. Bezuinigingen bij het Ministerie van Transport dwongen de kustwacht in 1995 tot sluiting; de federale overheid verkocht het eiland in 2003 voor een symbolisch bedrag van één dollar aan de stad en staat New York, en sinds 2005 mag iedereen er zomaar rondlopen.
De volgende hoofdstuk van het eiland was op het moment van mijn bezoek nog maar net aangekondigd: enkele weken eerder, in april 2023, maakte de stad bekend dat Stony Brook University hier een klimaatonderzoekscentrum van 700 miljoen dollar gaat bouwen — de New York Climate Exchange, een campus van 37.000 vierkante meter en het eerste grootschalige commerciële gebouw van de stad dat volledig in massief hout wordt opgetrokken. Van dat toekomstige gebouw was op straat nog helemaal niets te zien, maar het idee dat hier straks een klimaatcampus verrijst, terwijl ik zelf door een oranje rooklucht van bosbranden liep, voelde toch wel toepasselijk.
Van al die geschiedenis is nu vooral het rustige, autovrije eiland zelf over: een rond fort (Castle Williams, 1811) en een rijtje officierswoningen als excuus om ergens naartoe te lopen. Ik heb er een paar uur rondgelopen, gewoon om te bewegen na alle stadsdrukte van de afgelopen dagen — minder sightseeing, meer een sportief tussendoortje met, dankzij de rook, een bizarre gele filter over alles heen.
Museum of Natural History
Jun 7, 2023
America/New_York
21°C partly-cloudy-day
21°C partly-cloudy-day
Het American Museum of Natural History is zo'n museum waar je binnenloopt met het plan "twee uurtjes, drie hooguit" en er uren later nog rondloopt, murw geslagen door zoveel wereld tegelijk.
De dinosauriërs trekken als eerste de aandacht: een compleet T. rex-skelet torent boven de bezoekers uit, kaken wagenwijd open, terwijl een Triceratops-schedel er met twee complete hoornbogen minstens zo indrukwekkend bij hangt. Verderop staat een rij mammoeten en mastodonten opgesteld, met slagtanden die in een sierlijke boog naar binnen krullen — en ik houd ze stiekem toch even goed in de gaten, voor het geval Ben Stiller vanavond dienst heeft en het skelet gewoon weer tot leven komt. Tussen de botten door hangt ook nog een fossiel van Diatryma gigantea, een twee meter hoge, vleesetende loopvogel uit het Eoceen — het soort dier waarvan je hoopt dat het echt is uitgestorven, Ben Stiller of niet.
De dioramazalen van Noord-Amerikaanse en Afrikaanse zoogdieren zijn een compleet ander register: een berggorilla die zich op de borst slaat tegen een geschilderde achtergrond van de Virunga-vulkanen — precies het type dat er 's nachts zomaar even uit zou kunnen stappen — een luipaard die bij zonsondergang over een rotsrand uitkijkt, twee zwarte neushoorns in de modder, vechtende eland-elanden met hun geweien in elkaar verstrengeld, en Kodiakberen die zich in Alaskaans berglandschap oprichten alsof ze alleen maar op het signaal wachten om te gaan lopen. Stuk voor stuk decennia oude opzetwerken tegen handgeschilderde achtergronden — ouderwets in de goede zin van het woord, en precies het soort decor waar die film zijn magie aan dankt.
In de zalen over wereldculturen hangt onder meer een compleet Chinees pantser vol gouden ornamenten en een blauwgroene, zwaar versierde maskercostuum voor Zuidoost-Aziatische dansvoorstellingen (khon-theater, met een god- of demonenmasker erop). Een vitrine met speelgoed uit Zuid-Azië — een lappen kameel, een beschilderd tijgertje, een bamboe dominospel — laat zien dat kinderen blijkbaar overal ter wereld met ongeveer dezelfde dingen spelen. Een schaalmodel van een Maya-tempel en een sectie met Pacifische kano's en rieten huisjes vullen de rest van de verdieping.
Ergens tussen dat alles ook nog een levend terrarium met een reusachtige zwarte kever, en een muurgrote macrofoto van een vlinder zo scherp dat je elke schub apart kunt tellen. Ik sluit af bij de mammoeten en concludeer: dit museum is groter dan mijn oriëntatievermogen aankan.
Achteraf de grootste spijt van de dag: het Hayden Planetarium niet bezocht. Aan het hoofd daarvan staat niemand minder dan Neil deGrasse Tyson, die hier zelf als kind voor het eerst door een telescoop keek en sinds 1996 directeur is. Een gemiste kans om letterlijk onder hetzelfde dak te staan als de bekendste astrofysicus ter wereld.
De dinosauriërs trekken als eerste de aandacht: een compleet T. rex-skelet torent boven de bezoekers uit, kaken wagenwijd open, terwijl een Triceratops-schedel er met twee complete hoornbogen minstens zo indrukwekkend bij hangt. Verderop staat een rij mammoeten en mastodonten opgesteld, met slagtanden die in een sierlijke boog naar binnen krullen — en ik houd ze stiekem toch even goed in de gaten, voor het geval Ben Stiller vanavond dienst heeft en het skelet gewoon weer tot leven komt. Tussen de botten door hangt ook nog een fossiel van Diatryma gigantea, een twee meter hoge, vleesetende loopvogel uit het Eoceen — het soort dier waarvan je hoopt dat het echt is uitgestorven, Ben Stiller of niet.
De dioramazalen van Noord-Amerikaanse en Afrikaanse zoogdieren zijn een compleet ander register: een berggorilla die zich op de borst slaat tegen een geschilderde achtergrond van de Virunga-vulkanen — precies het type dat er 's nachts zomaar even uit zou kunnen stappen — een luipaard die bij zonsondergang over een rotsrand uitkijkt, twee zwarte neushoorns in de modder, vechtende eland-elanden met hun geweien in elkaar verstrengeld, en Kodiakberen die zich in Alaskaans berglandschap oprichten alsof ze alleen maar op het signaal wachten om te gaan lopen. Stuk voor stuk decennia oude opzetwerken tegen handgeschilderde achtergronden — ouderwets in de goede zin van het woord, en precies het soort decor waar die film zijn magie aan dankt.
In de zalen over wereldculturen hangt onder meer een compleet Chinees pantser vol gouden ornamenten en een blauwgroene, zwaar versierde maskercostuum voor Zuidoost-Aziatische dansvoorstellingen (khon-theater, met een god- of demonenmasker erop). Een vitrine met speelgoed uit Zuid-Azië — een lappen kameel, een beschilderd tijgertje, een bamboe dominospel — laat zien dat kinderen blijkbaar overal ter wereld met ongeveer dezelfde dingen spelen. Een schaalmodel van een Maya-tempel en een sectie met Pacifische kano's en rieten huisjes vullen de rest van de verdieping.
Ergens tussen dat alles ook nog een levend terrarium met een reusachtige zwarte kever, en een muurgrote macrofoto van een vlinder zo scherp dat je elke schub apart kunt tellen. Ik sluit af bij de mammoeten en concludeer: dit museum is groter dan mijn oriëntatievermogen aankan.
Achteraf de grootste spijt van de dag: het Hayden Planetarium niet bezocht. Aan het hoofd daarvan staat niemand minder dan Neil deGrasse Tyson, die hier zelf als kind voor het eerst door een telescoop keek en sinds 1996 directeur is. Een gemiste kans om letterlijk onder hetzelfde dak te staan als de bekendste astrofysicus ter wereld.
Aladdin the Musical
Jun 7, 2023
America/New_York
21°C partly-cloudy-day
21°C partly-cloudy-day
Van het museum rechtstreeks naar Times Square, waar vanavond de volgende stop op het programma staat: Aladdin op Broadway. Na een dag vol dinosaurussen en eindeloze dioramazalen is zitten precies wat het lichaam wil, en de show begint gelukkig al om 19:00 uur.
Het New Amsterdam Theatre zelf is andere koek: een plafond vol goudkleurig stucwerk en een kroonluchter die eruitziet alsof hij zelf ooit in een Disney-film heeft gespeeld. Ik zit met mijn neus omhoog te staren tot het rode gordijn — met van die klassieke pluche plooien — duidelijk maakt dat het genoeg is geweest met kijken en tijd wordt om te luisteren.
Mijn mond viel letterlijk open op het moment dat het tapijt met Aladdin en Jasmine erop gewoon de lucht in ging, ergens boven het toneel zwevend zonder enig zichtbaar houvast — puur toneelmagie, en precies het moment waarvoor je naar zo'n show gaat. De Genie werd die avond gespeeld door Michael James Scott, die de rol al sinds 2019 vrijwel elke avond speelt.
Aladdin blijkt precies wat je verwacht van een Disney-musical op Broadway: te veel goud, te veel schmink, en een "Friend Like Me" die je de rest van de avond niet meer uit je hoofd krijgt.
Achteraf, na de show, nog een burger met friet en een Pepsi Cola bij Dave & Buster's op West 42nd Street, in hetzelfde gebouw als AMC Empire 25.
Het New Amsterdam Theatre zelf is andere koek: een plafond vol goudkleurig stucwerk en een kroonluchter die eruitziet alsof hij zelf ooit in een Disney-film heeft gespeeld. Ik zit met mijn neus omhoog te staren tot het rode gordijn — met van die klassieke pluche plooien — duidelijk maakt dat het genoeg is geweest met kijken en tijd wordt om te luisteren.
Mijn mond viel letterlijk open op het moment dat het tapijt met Aladdin en Jasmine erop gewoon de lucht in ging, ergens boven het toneel zwevend zonder enig zichtbaar houvast — puur toneelmagie, en precies het moment waarvoor je naar zo'n show gaat. De Genie werd die avond gespeeld door Michael James Scott, die de rol al sinds 2019 vrijwel elke avond speelt.
Aladdin blijkt precies wat je verwacht van een Disney-musical op Broadway: te veel goud, te veel schmink, en een "Friend Like Me" die je de rest van de avond niet meer uit je hoofd krijgt.
Achteraf, na de show, nog een burger met friet en een Pepsi Cola bij Dave & Buster's op West 42nd Street, in hetzelfde gebouw als AMC Empire 25.
New York
Jun 8, 2023
America/New_York
30°C clear-day
30°C clear-day
Laatste dag, en om 19:35 uur vertrekt Delta 48 vanaf JFK terug naar Amsterdam. Eerst uitchecken, en dan de eeuwige vraag van elke laatste reisdag: wat doe je met je bagage als je nog een halve dag hebt te overbruggen? Lockers huren was optie één, maar uiteindelijk won de luiere keuze: een hop-on-hop-off bus, waar de tassen gewoon tussen de rugleuningen voor mijn voeten passen, en ik de laatste uren van bovenaf, in de open lucht, door de stad kan laten rijden. Normaal gesproken niets voor mij, zo'n toeristenbus — maar ik moet toegeven dat ik er verrassend veel van de stad mee zag, zonder zelf ook maar één stap te hoeven zetten.
De route voert dwars door de stad die ik de afgelopen week te voet, per metro en per fiets had leren kennen: langs SoHo's cast-iron pakhuizen met hun groengeschilderde gietijzeren gevels en brandtrappen, onder een granieten boogviaduct door met de wolkenkrabbers van Lower Manhattan in de verte, langs de klok van "The Sun" die al meer dan een eeuw dezelfde hoek bewaakt, en dwars door Times Square, waar de H&M-reus en de schermen vol reclame het decor compleet maken.
Vanaf de bovenverdieping van de bus is de stad ineens overzichtelijk: elke straathoek die ik eerder liep, elke wolkenkrabber die ik onderweg fotografeerde, passeert nu in een rustig tempo, zonder dat ik zelf een stap hoef te zetten. Een prima manier om een week New York af te sluiten — niet met nog een attractie, maar met een laatste blik op alles wat al voorbij is gekomen.
De route voert dwars door de stad die ik de afgelopen week te voet, per metro en per fiets had leren kennen: langs SoHo's cast-iron pakhuizen met hun groengeschilderde gietijzeren gevels en brandtrappen, onder een granieten boogviaduct door met de wolkenkrabbers van Lower Manhattan in de verte, langs de klok van "The Sun" die al meer dan een eeuw dezelfde hoek bewaakt, en dwars door Times Square, waar de H&M-reus en de schermen vol reclame het decor compleet maken.
Vanaf de bovenverdieping van de bus is de stad ineens overzichtelijk: elke straathoek die ik eerder liep, elke wolkenkrabber die ik onderweg fotografeerde, passeert nu in een rustig tempo, zonder dat ik zelf een stap hoef te zetten. Een prima manier om een week New York af te sluiten — niet met nog een attractie, maar met een laatste blik op alles wat al voorbij is gekomen.